Succesvol aanplanten van een fruitboom

Het maken van een boomgaard is wat meer werk nodig dan alleen maar een fruitboompje te planten. Omdat niet alle rassen en soorten zelfbestuivend zijn moet er goed gekeken worden naar welke soorten u bij elkaar plant. Hieronder een aantal tips:

  • Verbeter uw grond met DCM Vivimus voor een succesvolle aanplant
  • Plant de fruitbomen op een zonnige plek
  • Zorg voor een tussenafstand van 2 tot 3 meter tussen de fruitbomen
  • Een appel, peer, pruim en kers zijn verkrijgbaar in laagstam, halfstam en hoogstam (Heeft u een kleine tuin kies dan voor een leivorm)
  • Houd rekening met de pluktijd, bestuiving en de verschillende smaken
  • Kies voor een hand- en moesappel en voor een hand- en stoofpeer

Om u op weg te helpen hebben wij een aantal gangbare soorten op een rijtje gezet.

 

Veelgestelde vragen

  • Hoe werken de maten van planten?

    Potmaten worden aangegeven met een ‘C’ of ‘P’.

    De ‘C’ staat voor container (kweekpot). Het getal hierachter geeft de inhoud (in liters) van de pot aan. Dus bijvoorbeeld C2 is een 2 liter pot.

    De ‘P’ staat voor potmaat en het getal voor de diameter van de pot. Een P9 is dus 9×9 centimeter.

     

    Hoogtematen worden vermeld in centimeters, bijvoorbeeld 60/80 C2. Dit houdt in dat de plant 60 tot 80 centimeter hoog is en in een 2 liter pot zit.

     

    Diktematen worden gebruikt bij de maatvoering van bomen. Er wordt dan gekeken naar de dikte van de stam. Een boom kan in hoogte verschillen, maar de omtrek van de stam kan dezelfde maat zijn. De stamomtrek wordt gemeten op 1 meter vanaf de grond (het maaiveld). 12/14 betekent dat de boom een stamomtrek heeft van 12 tot 14 centimeter.

  • Wat betekent kluit of kale wortel?

    In het najaar zijn er bomen, hagen en rozen die leverbaar zijn met kluit of kale wortel. Dit wordt aangegeven bij de maatomschrijving als KL (kluit) of W (wortel).

  • Zijn er nog meer termen of afkortingen die gebruikt worden?
    • Bodembedekkend: Laagblijvende planten die tapijtvormend uitgroeien
    • Groenblijvend: Planten die het hele jaar hun bladeren houden
    • Bladverliezend: Planten die hun blad laten vallen in de winter
    • Bladhoudend: Planten die hun blad houden in de winter, maar verliezen in het voorjaar wanneer de plant uitloopt

     

    • Kluit (KL): Planten die gerooid worden met een kluit grond die verpakt wordt in een jute lap, dus niet in pot
    • Wortel (W): Planten zonder pot of kluit maar met kale wortel

     

    • Laagstam: Bomen met een stamhoogte van circa 70cm
    • Halfstam: Bomen met een stamhoogte van circa 120cm
    • Hoogstam: Bomen met een stamhoogte van circa 180cm
    • Beveerd: Een stam met vanaf onder zijtakken
    • Stamhoogte: de lengte van een stam gemeten vanaf de grond tot de eerste vertakking
    • Meerstammig: Een boom of struik met meerdere opgaande stammen
    • Solitair: Een mooie boom of struik die alleen kan staan
    • Leivorm: Een boom die is uitgeleid op verschillende hoogte/etages
    • Schermvorm: Een boom die waaiervormig is uitgeleid tegen een bamboerek
    • Dakvorm: Een boom die horizontaal is uitgeleid en kan dienen als parasol
    • Zuilvorm: Een boom of struik die een opgaande, smalle vorm heeft
    • Treurvorm: Een boom of struik waar de takken naar beneden hangen
    • Knot: Een boom die meerdere keren op dezelfde hoogte wordt gesnoeid
    • Bolvorm (B): Een boom met een bolvormige kroon of een struik gesnoeid in bolvorm
    • Pyramide (P): Een struikgewas dat puntvormig groeit of word gesnoeid in deze vorm